ECLI:NL:CBB:2010:BN4362
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen afwijzing wijziging bedrijfstoeslag aanvraag wegens kennelijke fout
Appellante diende beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw waarin het bezwaar tegen de vaststelling van de bedrijfstoeslag 2007 werd afgewezen. De kern van het geschil betrof de vraag of een onjuist ingevulde aanvraag voor bedrijfstoeslag kon worden hersteld als kennelijke fout.
Het College overwoog dat wijziging van de aanvraag slechts mogelijk is binnen de kortingsperiode of bij een kennelijke fout volgens artikel 19 van Pro Verordening (EG) nr. 796/2004. Hoewel verweerder stelde dat het niet aan hem is om motieven van de aanvrager te onderzoeken, oordeelde het College dat de aanvraag van appellante een opvallend groot verschil vertoonde tussen de toeslagrechten waarover zij beschikte en de rechten waarvoor zij uitbetaling vroeg.
Het College achtte het onaannemelijk dat appellante bewust slechts een deel van haar rechten wilde verzilveren, mede gelet op de omvang van de niet opgegeven percelen en de bestemming daarvan. Dit leidde tot de conclusie dat sprake was van een kennelijke fout, waardoor verweerder appellante had moeten wijzen op de mogelijkheid tot wijziging van haar aanvraag.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens kennelijke fout in de toeslagaanvraag.