ECLI:NL:CBB:2010:BN4375
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Geen kennelijke fout bij gedeeltelijke aanvraag bedrijfstoeslag 2007
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar bedrijfstoeslag 2007, omdat zij per abuis niet alle subsidiabele percelen had opgegeven voor uitbetaling van haar toeslagrechten. Zij stelde dat sprake was van een kennelijke fout en verzocht om aanvulling van haar aanvraag met twee bietenpercelen van ruim 17 hectare.
Verweerder wees dit verzoek af omdat het na de kortingsperiode was ingediend en geen kennelijke fout werd erkend. Het College overwoog dat wijziging van de aanvraag na de uiterste indieningstermijn alleen mogelijk is bij een kennelijke fout in de zin van artikel 19 van Pro Verordening (EG) nr. 796/2004.
Het College stelde vast dat appellante ruim 76% van haar toeslagrechten had verzilverd en dat het verschil tussen aangevraagde en maximaal mogelijke toeslagrechten niet zodanig groot was dat dit bij een summier onderzoek direct had moeten opvallen. Ook is het niet uitzonderlijk dat een landbouwer niet alle subsidiabele percelen opgeeft. Er was geen aanleiding om te concluderen dat sprake was van een kennelijke fout.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een kennelijke fout.