ECLI:NL:CBB:2010:BN4975
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing wijziging bedrijfstoeslag wegens kennelijke fout in aanvraag
Appellante, een maatschap die toeslagrechten bezit, diende een gecombineerde opgave 2008 in waarbij zij per abuis slechts een deel van haar toeslagrechten voor uitbetaling aanvroeg. Verweerder stelde de bedrijfstoeslag vast op basis van deze onvolledige aanvraag en wees het bezwaar van appellante af omdat het verzoek tot wijziging na de uiterste indieningsdatum was ingediend en geen kennelijke fout werd aangenomen.
Het College overwoog dat herstel van een aanvraag na de uiterste datum alleen mogelijk is bij een kennelijke fout volgens artikel 19 van Pro Verordening (EG) nr. 796/2004. Het hanteerde daarbij het Europese Werkdocument AGR 49533/2002, dat stelt dat een kennelijke fout bestaat indien een summier onderzoek direct een tegenstrijdigheid in de aanvraag onthult die wijst op een vergissing, terwijl het redelijkerwijs uitgesloten is dat de aanvraag conform de bedoeling is ingevuld.
In deze zaak was het verschil tussen de aangevraagde toeslagrechten en de beschikbare rechten zo groot dat dit direct opviel. Het was onaannemelijk dat appellante bewust slechts een deel had aangevraagd, mede gelet op het feit dat zij ruim 30 toeslagrechten bezit en slechts 22,35 gebruikte. Het College oordeelde daarom dat sprake was van een kennelijke fout en dat verweerder appellante had moeten waarschuwen en de gelegenheid had moeten bieden de aanvraag te corrigeren.
Omdat appellante deze mogelijkheid niet was geboden, werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder moet opnieuw beslissen met inachtneming van de uitspraak.