ECLI:NL:CBB:2010:BN4981
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing wijziging bedrijfstoeslag wegens geen kennelijke fout
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw waarin het bezwaar tegen de vaststelling van zijn bedrijfstoeslag 2007 werd afgewezen. Appellant had per abuis niet alle percelen aangekruist voor uitbetaling van toeslagrechten, waardoor hij circa € 5000 misliep. Hij stelde dat dit een kennelijke fout betrof en dat hij de aanvraag mocht wijzigen.
Het College overwoog dat wijziging van een aanvraag alleen mogelijk is bij een kennelijke fout zoals bedoeld in artikel 19 van Pro Verordening (EG) nr. 796/2004. Het hanteerde daarbij het Europese werkdocument dat stelt dat een kennelijke fout alleen wordt aangenomen indien bij een summier onderzoek direct duidelijk was dat de aanvraag niet overeenkomt met de bedoeling van de aanvrager.
In dit geval had appellant 73% van zijn toeslagrechten benut en was het verschil tussen aangevraagde en maximaal mogelijke toeslag niet zodanig groot dat het direct had moeten opvallen. Bovendien is het aan de landbouwer om te bepalen welke percelen hij voor toeslaguitbetaling opgeeft. Het College concludeerde dat er geen kennelijke fout was en dat het verzoek tot wijziging terecht was afgewezen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. C.J. Waterbolk op 14 juli 2010.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de wijziging van de bedrijfstoeslag 2007 wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een kennelijke fout.