ECLI:NL:CBB:2010:BN4983
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Geschil over korting op bedrijfstoeslag wegens te late aanvraag vaststelling toeslagrechten
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarin een korting van 51% werd toegepast op zijn bedrijfstoeslag 2006 vanwege een te late aanvraag tot vaststelling van toeslagrechten.
Het geschil betrof de vraag of de korting terecht was opgelegd, aangezien appellant stelde dat hij het aanvraagformulier niet tijdig had ontvangen en dat de gecombineerde opgave van 12 mei 2006 als tijdige aanvraag moest worden beschouwd. Verweerder had echter de gecombineerde opgave aangemerkt als een aanvraag ontvangen op 9 juni 2006, wat 17 werkdagen na de uiterste indieningsdatum van 15 mei was.
Het College oordeelde dat het bezwaar ten onrechte deels niet-ontvankelijk was verklaard en vernietigde dat onderdeel van het besluit. De korting van 51% werd gegrond verklaard omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het onmogelijk was tijdig een aanvraag in te dienen. De nationale regelgeving en Europese verordeningen rechtvaardigen de korting als middel om tijdige indiening af te dwingen.
Het beroep werd gegrond verklaard voor het niet-ontvankelijkheidsaspect, maar afgewezen voor het bezwaar tegen de korting. Het College bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde onderdeel in stand blijven en vergoedde het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor het onderdeel niet-ontvankelijkheid en ongegrond voor de korting van 51%, waarbij het bestreden besluit deels wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen in stand blijven.