ECLI:NL:CBB:2010:BN4984
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen korting bedrijfstoeslag wegens te late aanvraag toeslagrechten
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarin de bedrijfstoeslag 2007 werd vastgesteld met een korting wegens te late indiening van de aanvraag toeslagrechten melkpremie. De aanvraag werd pas op 13 juni 2007 ontvangen, terwijl de uiterste datum 15 mei 2007 was. Verweerder paste daarom een korting van 3% per werkdag toe over 16 werkdagen, wat leidde tot een lagere toeslag en een terugvordering van € 6.261,03.
Appellant voerde aan dat hij het aanvraagformulier op 1 april 2006 had ingevuld en verzonden, maar pas in mei 2007 ontdekte dat het formulier niet was ontvangen. Hij ontving het formulier uiteindelijk pas op 30 mei 2007, waardoor de aanvraag te laat was ingediend. Hij betoogde dat de korting te hoog was.
Het College stelde vast dat appellant in 2006 geen toeslagrechten had en dat de Europese regelgeving vereist dat toeslagrechten aangevraagd moeten worden. Verweerder had op juiste gronden toepassing gegeven aan de coulance-regeling en artikel 21 bis Pro van Verordening (EG) nr. 796/2004, waardoor de korting terecht werd toegepast.
Het College oordeelde dat de vertraging in het ontvangen van het formulier niet tot het afzien van de korting kon leiden, omdat de verantwoordelijkheid voor tijdige indiening bij appellant lag. Verweerder had voldoende voorlichting gegeven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de terugvordering van het onverschuldigd betaalde bedrag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de korting op de bedrijfstoeslag 2007 wegens te late aanvraag toeslagrechten wordt ongegrond verklaard.