ECLI:NL:CBB:2010:BN5765

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
23 augustus 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 10/380
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 43 WtraArt. 31 Wet turbo 2004Art. 32 Wet turbo 2004Art. 34 Wet turbo 2004
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen uitspraak accountantskamer

Appellant heeft op 14 april 2010 hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de accountantskamer van 5 maart 2010. Volgens de Wet tuchtrechtspraak accountants en de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 moet het beroepschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak worden ingediend en de gronden van het beroep bevatten.

Het College heeft appellant uitstel verleend tot 21 mei 2010 voor het indienen van de gronden van het beroep. Appellant heeft echter geen gronden ingediend en ook niet anderszins gereageerd op de mededeling van het College.

Daarom is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard conform de wettelijke bepalingen. Het College heeft zonder nader onderzoek uitspraak gedaan en het beroep afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de gronden van beroep.

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven
AWB 10/380 23 augustus 2010
20150 Wet tuchtrechtspraak accountants
Uitspraak in de zaak van:
A RA, te B, appellant.
1. Op 14 april 2010 heeft het College een beroepschrift ontvangen, gedateerd 14 april 2010, waarbij appellant op nader aan te voeren gronden hoger beroep heeft ingesteld tegen een uitspraak van de accountantskamer, gewezen op 5 maart 2010.
Deze uitspraak is tevens op 5 maart 2010 verzonden.
2. Bij genoemde uitspraak heeft de accountantskamer beslist op een tegen appellant ingediende klacht.
3. In artikel 43, eerste lid, van de Wet tuchtrechtspraak accountants (hierna: Wtra) is bepaald dat de artikelen 31 tot en met 41 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 (hierna: Wet turbo 2004) ten aanzien van de behandeling van een uitspraak van de accountantskamer in hoger beroep van overeenkomstige toepassing zijn.
4. Ingevolge artikel 43, eerste lid, Wtra juncto artikel 31, eerste lid, Wet turbo 2004 kan tegen een uitspraak van de accountantskamer binnen zes weken na verzending van deze uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het College.
Ingevolge artikel 43, eerste lid, Wtra juncto artikel 32, eerste lid, Wet turbo 2004, wordt het hoger beroep ingesteld door het indienen van een beroepschrift bij het College. Ingevolge artikel 43, eerste lid, Wtra juncto artikel 32, tweede lid, Wet turbo 2004 dient het beroepschrift de gronden van het hoger beroep te bevatten.
Ingevolge artikel 43, eerste lid, Wtra, juncto artikel 34, eerste lid, Wet turbo 2004 kan, als het beroep kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, het College of de president zonder nader onderzoek door het College uitspraak doen.
5. Bij griffiersbrief van 23 april 2010 is appellant medegedeeld dat uitstel wordt verleend voor het indienen van de gronden van beroep tot en met 21 mei 2010. Appellant is er daarbij op gewezen dat, indien de gronden niet binnen de gestelde termijn bij het College zijn ontvangen, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
Appellant heeft geen nadere gronden ingediend en heeft ook anderszins niet gereageerd op de griffiersbrief van 23 april 2010.
6. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de gronden van het hoger beroep niet tijdig zijn ingediend. Het hoger beroep van appellant is kennelijk niet-ontvankelijk.
Met toepassing van artikel 43, eerste lid, Wtra juncto artikel 34, eerste lid, Wet turbo 2004 leidt dit tot de volgende uitspraak.
De beslissing
Het College verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door mr. E.R. Eggeraat, mr. J.L.W. Aerts en mr. M.M. Smorenburg in tegenwoordigheid van mr. M.A. Voskamp, als griffier, en op 23 augustus 2010 uitgesproken in het openbaar.
w.g. E.R. Eggeraat w.g. M.A. Voskamp