ECLI:NL:CBB:2010:BN6320
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- R.F.B. van Zutphen
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijk beroep tegen besluit over wachtgeldregeling voorzitter Productschap Vee en Vlees
Appellant, voormalig voorzitter van het Productschap Vee en Vlees, stelde beroep in tegen een besluit van het productschap dat zijn individuele afspraken over wachtgeld niet rechtsgeldig achtte omdat deze niet bij verordening waren vastgesteld. De Toezichtkamer van de Sociaal-Economische Raad had eerder geoordeeld dat individuele regelingen zonder verordening geen wettelijke grondslag hadden. Verweerder baseerde zich op de Verordening 2009-1 die geen afwijkingen toestond, terwijl de latere Verordening 2009-2 wel ruimte bood voor afwijkingen op grond van redelijkheid en billijkheid.
Het College oordeelde dat verweerder bij zijn besluit had moeten meewegen dat de geldende verordening op dat moment afwijkingen toestond en dat de afspraken tussen partijen redelijk en billijk waren geacht. Het besluit was genomen met miskenning van artikel 7:11 Awb Pro, dat heroverweging op basis van de geldende regelgeving voorschrijft, tenzij dit tot een ongunstiger positie leidt. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Een vergoeding voor immateriële schade werd afgewezen omdat daarvoor geen voldoende grond bestond. De uitspraak benadrukt het belang van transparantie en wettelijke grondslag bij het vaststellen van vergoedingen voor bestuursorganen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder dient opnieuw te beslissen met inachtneming van redelijkheid en billijkheid.