ECLI:NL:CBB:2010:BN9349
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- B. Verwayen
- E.R. Eggeraat
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing boeteoplegging in bouwfraudeonderzoek wegens overtreding Mededingingswet
In deze zaak staat de boeteoplegging door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) aan bouwbedrijven centraal, die deelnamen aan een systeem van vooroverleg bij aanbestedingen in de grond-, weg- en waterbouw (GWW)-sector tussen 1998 en 2001. Het geschil betreft onder meer de toepassing van de versnelde sanctieprocedure, de hoogte van de boete gebaseerd op de aanbestedingsomzet van 2001, en de mogelijkheid tot betwisting van feiten en juridische beoordeling in bezwaar en beroep.
Appellanten kozen vrijwillig voor de versnelde procedure, waarbij zij afstand deden van bepaalde rechten zoals individuele inzage en betwisting van de feiten en juridische beoordeling in het rapport. Het College oordeelt dat deze procedure niet in strijd is met artikel 6 EVRM Pro en dat de voorwaarden ook in de rechterlijke fase van toepassing zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden aannemelijk worden gemaakt. De keuze voor de aanbestedingsomzet 2001 als boetegrondslag is gerechtvaardigd gelet op de bijzondere aard van het kartel en de versnelde procedure. Een ijkjaarcorrectie is niet van toepassing omdat de omzetontwikkeling van appellanten binnen de gestelde norm valt.
De mate van betrokkenheid van appellanten bij het systeem van vooroverleg is niet voldoende concreet onderbouwd om een afwijking van de boetegrondslag te rechtvaardigen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de overtredingen in andere rapporten wezenlijk verschillen. De vergelijking met boetes van andere bedrijven houdt geen stand, aangezien de boetegrondslag direct gerelateerd is aan de aanbestedingsomzet en de aard van de overtreding. Ten slotte wordt het beleid rond clementie en boetevermindering als rechtmatig beoordeeld, waarbij additionele waarde van informatie bepalend is en het beleid transparant is gecommuniceerd.
Uitkomst: Het College bevestigt de boeteoplegging van NMa en wijst het hoger beroep van appellanten af.