ECLI:NL:CBB:2010:BO1052
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- R.F.B. van Zutphen
- C.J. Waterbolk
- Rechtspraak.nl
Herziening berekening superheffing melk en zuivelproducten wegens onrechtmatige beleidswijziging
Appellante, een zuivelproducent, maakte bezwaar tegen de vaststelling van de hoeveelheid rechtstreeks verkochte melk en zuivelproducten waarop superheffing werd geheven in de heffingsperiode 2008/2009. Verweerder had de hoeveelheid melk verhoogd vastgesteld op basis van een controleverslag van de Algemene Inspectiedienst (AID), waarbij rekening werd gehouden met productieverliezen en een vetvergelijking tussen aangekochte en eigen geproduceerde melk.
Appellante voerde aan dat verweerder onterecht was afgeweken van de gebruikelijke berekeningsmethode op basis van equivalenties zoals voorgeschreven in Verordening (EG) nr. 595/2004, en dat deze beleidswijziging zonder waarschuwing in strijd was met het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel. Het College oordeelde dat de regelgeving niet voorziet in de wijze van aftrek van aangekochte melkequivalenten bij de berekening van superheffing, maar dat verweerder gerechtigd was een andere methode te hanteren wanneer de gebruikelijke methode geen recht doet aan de werkelijke situatie.
Echter, het College stelde vast dat verweerder al in 2008 beschikte over informatie die aanleiding gaf om appellante te informeren over de wijziging in de berekeningswijze. Het niet tijdig waarschuwen en plotseling toepassen van de nieuwe methode leidde tot een onevenwichtig resultaat en was in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit over de superheffing 2008/2009 wordt vernietigd wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.