ECLI:NL:CBB:2010:BO1209
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- R.F.B. van Zutphen
- C.J. Waterbolk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling toeslagrechten bij overmacht en investeringen in landbouwbedrijf
Appellant heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Landbouw over de vaststelling van toeslagrechten op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006. De kern van het geschil betreft de gevolgen van overmacht door vergiftiging van de veestapel met Jakobskruiskruid en investeringen in stalcapaciteit en grond.
De veestapel van appellant is tussen 2000 en 2004 geheel overleden door vergiftiging, wat als overmacht wordt erkend. Appellant heeft investeringen gedaan en wenst dat verweerder bij de toeslagrechten rekening houdt met zowel de overmachtssituatie als de investeringen, en daarbij uitgaat van 2007 als effectjaar, het jaar waarin het bedrijf weer op het oude niveau was.
Verweerder heeft de toeslagrechten vastgesteld op basis van 2005 als effectjaar en heeft niet cumulatief rekening gehouden met overmacht en investeringen, omdat de Regeling dat niet toestaat. Het College volgt verweerder en oordeelt dat de Europese regelgeving (Verordening (EG) nr. 1782/2003 en nr. 795/2004) bepaalt dat in geval van meerdere bijzondere situaties de hoogste waarde van afzonderlijke bepalingen geldt, niet een cumulatieve toepassing.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van verweerder blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot vaststelling van toeslagrechten blijft ongewijzigd.