ECLI:NL:CBB:2010:BO1697
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.J. Waterbolk
- R.F.B. van Zutphen
- S.C. Stuldreher
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt weigering wijziging bedrijfstoeslagaanvraag 2008
Appellanten verzochten om wijziging van hun bedrijfstoeslagaanvraag 2008 nadat de uiterste indieningsdatum was verstreken en wilden percelen toevoegen voor toeslaguitbetaling. Verweerder wees dit af omdat de wijziging te laat was ingediend en omdat intrekking van een aanvraag niet mogelijk was na kennisgeving van onregelmatigheden. Appellanten stelden dat sprake was van een kennelijke fout die hersteld kon worden en dat de sanctie disproportioneel was.
Het College overwoog dat alleen bij een kennelijke fout, zoals bedoeld in artikel 19 van Pro Verordening (EG) nr. 796/2004, een wijziging na de termijn mogelijk is. Uit jurisprudentie en een Europees werkdocument volgt dat een kennelijke fout alleen erkend wordt als een summier onderzoek direct wijst op een vergissing die redelijkerwijs uitgesloten is conform de bedoeling van de aanvrager. Het College concludeerde dat appellanten voldoende grond hadden om hun toeslagrechten uit te laten betalen en dat er geen duidelijke fout in de aanvraag zat.
Verder oordeelde het College dat het sanctiestelsel van de Europese verordeningen bindend is en niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De opgelegde korting op de toeslag was daarom rechtmatig. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot wijziging van de bedrijfstoeslagaanvraag 2008 bevestigd.