ECLI:NL:CBB:2010:BO2413
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over correctie van gewaspercelen en toeslagrechten in GLB-inkomenssteun 2006
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie waarin de bedrijfstoeslag voor 2007 werd vastgesteld met een korting wegens een verschil tussen opgegeven en geconstateerde oppervlakte van gewaspercelen. Verweerder had vastgesteld dat de opgegeven percelen een grotere oppervlakte hadden dan de administratief geconstateerde, wat leidde tot een korting op de toeslag.
Appellante stelde dat de bedrijfskaarten onjuiste perceelsgrenzen bevatten en dat zij de percelen naar beste weten correct had ingetekend. Zij betoogde dat verweerder haar niet tijdig had geïnformeerd om correcties aan te brengen zonder sancties en dat de oppervlaktecorrecties onterecht waren. Tevens stelde zij dat verweerder meetfouten had gemaakt.
Het College overwoog dat het de verantwoordelijkheid van de landbouwer is om de aanvraag juist en tijdig in te dienen en dat correcties na de uiterste datum slechts mogelijk zijn bij een kennelijke fout. Het College oordeelde dat het verschil in oppervlakte niet zodanig was dat verweerder bij een summier onderzoek had kunnen vaststellen dat sprake was van een kennelijke fout. Ook waren de meetfouten onvoldoende aannemelijk gemaakt. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
Het College benadrukte dat de landbouwer vrij is om een adviseur in te schakelen bij het invullen van de aanvraag en dat de regels omtrent wijzigingstermijnen en correcties strikt moeten worden toegepast. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van de bedrijfstoeslag 2007 wordt ongegrond verklaard.