ECLI:NL:CBB:2010:BO2745
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- H.O. Kerkmeester
- H.S.J. Albers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beperking negatieve vetcorrectie in melkquotaregeling en superheffing
Appellante, een melkveehouder met een hoog referentievetgehalte, maakte gebruik van de negatieve vetcorrectie om meer melk heffingvrij te leveren dan haar quotum. De wijzigingsverordening beperkte deze correctie om oneigenlijk gebruik te voorkomen. Appellante betwistte deze beperking en de opgelegde superheffing.
Het College overwoog dat de wijziging geschikt en noodzakelijk is om het doel van de superheffingsregeling, het stabiliseren van de melkmarkt en het voorkomen van structurele overschotten, te bereiken. De beperking voorkomt dat producenten met een klein quotum en hoog vetgehalte onevenredig veel melk kunnen produceren zonder heffing.
Verder oordeelde het College dat de maatregel niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, noch met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. De wijziging betreft regulering van eigendom en vormt een fair balance tussen individueel belang en algemeen belang.
Appellante had voldoende overgangstijd om haar bedrijfsvoering aan te passen maar maakte hier onvoldoende gebruik van. Het beroep werd ongegrond verklaard en de superheffing bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de beperking van de negatieve vetcorrectie en de opgelegde superheffing wordt ongegrond verklaard.