ECLI:NL:CBB:2010:BO5304
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- E.R. Eggeraat
- M.A. van der Ham
- M.M. Smorenburg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling van belanghebbendheid bij ondertoezichtplaatsing en vernietiging van kalveren
Appellanten, contractmesters van kalveren, werden geconfronteerd met besluiten van de Minister van Landbouw waarbij hun bezwaren tegen ondertoezichtplaatsing (OTP) en vernietiging van kalveren niet-ontvankelijk werden verklaard. Verweerder stelde dat appellanten geen eigen belang hadden omdat zij slechts houders waren en de risico's bij de eigenaar lagen.
De feiten betroffen urinemonsters en oogmonsters van kalveren waarin verboden stoffen werden aangetroffen, waarna OTP's werden opgelegd en kalveren werden vernietigd. Appellanten voerden aan dat zij wel degelijk een eigen financieel belang hadden, omdat zij zelf schade dragen volgens de mestcontracten.
Het College oordeelde dat appellanten wel degelijk rechtstreeks bij de besluiten betrokken zijn, omdat de besluiten rechtsgevolgen voor hen hebben en zij kosten moeten dragen. De niet-ontvankelijkverklaring was daarmee onterecht. De bestreden besluiten werden vernietigd en verweerder werd opgedragen opnieuw te beslissen op de bezwaren.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellanten.
Uitkomst: Het College verklaart de beroepen gegrond, vernietigt de bestreden besluiten en beveelt hernieuwde besluitvorming met vergoeding van proceskosten en griffierechten.