ECLI:NL:CBB:2010:BO5306
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- M. van Duuren
- B. Hessel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vermindering boetes wegens overschrijding redelijke termijn in Tabakswetzaken
In deze bestuursrechtelijke zaak ging het om hoger beroep van A B.V. tegen boetes opgelegd door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wegens overtreding van het reclameverbod in de Tabakswet tijdens evenementen in 2004.
De rechtbank had de boetes terecht gehandhaafd maar deze met 10% verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar voor de behandeling van boetezaken. De minister stelde dat de redelijke termijn pas begint bij het bekendmaken van het voornemen tot boeteoplegging, terwijl de rechtbank het verhoor als aanvangsdatum had genomen.
Het College oordeelde dat het verhoor niet als aanvang van de redelijke termijn kan gelden omdat het slechts onderdeel is van het opsporingsonderzoek en niet leidt tot een redelijke verwachting van boeteoplegging. De aanvang ligt bij de bekendmaking van het boeterapport met het voornemen tot boeteoplegging. Ondanks dat de rechtbank dit moment niet juist had vastgesteld, bevestigde het College de boetevermindering omdat ook vanaf het juiste moment de redelijke termijn ruimschoots was overschreden.
De minister kon geen bijzondere omstandigheden aanvoeren die de overschrijding rechtvaardigen. Ook het argument dat A als multinationale onderneming geen nadeel zou ondervinden, verwierp het College op grond van een weerlegbaar rechtsvermoeden. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het College bevestigt de vermindering van de boetes met 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn.