ECLI:NL:CBB:2010:BP0460
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- R.F.B. van Zutphen
- R.C. Stam
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt weigering vergunning kansspelautomaten in laagdrempelige horeca-inrichting
Appellante exploiteerde een horeca-inrichting bestaande uit een snackbar en een lunchroom die 's avonds als café fungeerde. Zij had een vergunning voor twee kansspelautomaten tot 1 januari 2009, maar de aanvraag voor verlenging werd geweigerd omdat de inrichting volgens de burgemeester geen hoogdrempelige inrichting was.
Het geschil draaide om de vraag of de lunchroom als hoogdrempelige inrichting kon worden aangemerkt, wat een vereiste is voor het verkrijgen van een vergunning voor kansspelautomaten. Het College concludeerde dat de lunchroom niet voldeed aan de criteria, onder meer omdat er geen op zichzelf staand café- of restaurantbezoek was en er geen drie warme, niet met elkaar vermengde maaltijden werden geserveerd.
Appellante voerde aan dat de lunchroom en snackbar gescheiden waren en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden omdat eerder een vergunning was verleend. Het College verwierp deze argumenten, oordeelde dat de vergunningaanvraag opnieuw getoetst moest worden en dat de eerdere vergunning geen rechten gaf.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor kansspelautomaten wordt ongegrond verklaard.