ECLI:NL:CBB:2010:BP0948
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen lasten onder dwangsom wegens niet verstrekken meststofgegevens ongegrond
Appellant, een agrarisch ondernemer, werd door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie verplicht gesteld om jaarlijks gegevens over meststoffen te verstrekken. Bij het niet naleven van deze verplichting werden lasten onder dwangsom en bestuurlijke boetes opgelegd voor de jaren 2007, 2008 en 2009.
Appellant voerde aan dat de Meststoffenwet onjuistheden bevat en in strijd is met het EVRM, met name artikel 1 van Pro het Eerste Protocol en artikel 14, vanwege ongelijke behandeling van extensieve en intensieve bedrijven. Tevens stelde hij dat hij niet gehouden was mee te werken aan de wetgeving. Het College oordeelde dat het niet bevoegd was om te oordelen over de bestuurlijke boete en verwees dit deel van het beroep door naar de rechtbank.
Het College overwoog dat de verplichting tot gegevensverstrekking duidelijk en voorzienbaar is en dat de opgelegde dwangsommen in redelijke verhouding staan tot het nagestreefde algemeen belang, namelijk het voorkomen van milieuvervuiling. De klachten over de rekenmethodiek werden niet inhoudelijk behandeld vanwege het toetsingsverbod. Het beroep tegen de lasten onder dwangsom werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de lasten onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de bestuurlijke boete wordt doorgezonden wegens onbevoegdheid.