ECLI:NL:CBB:2010:BU2018
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- F. Stuurop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestuursdwang wegens verwaarlozing paarden
Verzoeker 1 kreeg op 1 maart 2010 een last onder bestuursdwang opgelegd wegens verwaarlozing van zijn paarden op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Na onvoldoende naleving van herstelmaatregelen werden de paarden op 30 maart 2010 door de AID weggehaald en in bewaring genomen. Verzoekers vroegen een voorlopige voorziening om de teruggave van de dieren en een verbod op verkoop.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de paarden in slechte conditie verkeerden en dat verzoeker 1 onvoldoende zorg had gedragen, waaronder het nalaten van dierenartsconsultaties. De bestuursdwang was gebaseerd op artikel 37 Gwwd Pro en werd terecht toegepast. Verzoekers betwistten dit met contra-expertises en stelden onder meer dat de maatregel disproportioneel was en dat de inbewaringneming onrechtmatig was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de bestuursdwang op goede gronden was genomen, dat de spoedeisendheid aanwezig was vanwege de hoge kosten en het risico van verkoop, en dat de maatregel niet disproportioneel was. De bezwaren van verzoekers werden afgewezen en het verzoek om voorlopige voorziening werd geweigerd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bestuursdwangmaatregel waarbij de paarden werden weggehaald wordt afgewezen.