ECLI:NL:CBB:2011:BP3816
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- J.L.W. Aerts
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling boeteoplegging bouwfraude kartel in GWW-sector
Deze zaak betreft het hoger beroep van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die een opgelegde boete wegens overtreding van artikel 6 Mededingingswet Pro en artikel 81 EG Pro in het kader van het bouwfraudeonderzoek matigde.
De boete was opgelegd aan Aannemersbedrijf A B.V. en Beheersmaatschappij B B.V. wegens deelname aan een systeem van vooroverleg bij aanbestedingen in de grond-, weg- en waterbouwsector (GWW) tussen 1998 en 2001. De rechtbank had de boete gehalveerd vanwege de beperkte mate van betrokkenheid van de ondernemingen bij het systeem, gebaseerd op het aantal aanbestedingen waarbij vooroverleg was vastgesteld.
Het College stelt dat de boetesystematiek van NMa, gebaseerd op de aanbestedingsomzet van 2001 en een maximaal boetepercentage van 10%, passend is en dat de mate van betrokkenheid weliswaar relevant is, maar niet leidt tot een lagere boete in dit geval. Het College oordeelt dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met het feit dat de frequentie van deelname niet doorslaggevend is voor de bijdrage aan het systeem en bevestigt dat de ondernemingen herhaaldelijk en bewust aan het verboden systeem hebben deelgenomen.
Daarom vernietigt het College het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van NMa ongegrond, waarmee de boete in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen het boetebesluit van NMa wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.