ECLI:NL:CBB:2011:BP7228
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbendheid bij vergunning speelautomatenhal
Appellante, actief in de handel en exploitatie van automaten en kermisattracties, stelde belanghebbende te zijn bij de vergunning die aan E werd verleend voor een speelautomatenhal in B. Zij voerde aan dat zij concrete plannen had om zelf een speelautomatenhal te exploiteren en dat de vergunning aan E haar belangen direct zou raken.
Het College overwoog dat belanghebbenden in de zin van de Algemene wet bestuursrecht ondernemers zijn die op hetzelfde marktsegment en in hetzelfde verzorgingsgebied actief zijn of concrete plannen daartoe hebben. Appellante was ten tijde van het bezwaar niet actief in het marktsegment van speelautomatenhallen in B en had geen concreet plan om daar te opereren. Eerdere pogingen tot vestiging waren geweigerd en een civiele procedure hierover werd door verweerder ontkend.
Daarom werd geconcludeerd dat appellante geen belanghebbende was bij het besluit en haar bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat zij geen belanghebbende is bij de verleende vergunning.