ECLI:NL:CBB:2011:BQ5723
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- R.F.B. van Zutphen
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing bedrijfstoeslag 2008 en proceskostenvergoeding
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de vaststelling van zijn bedrijfstoeslag 2008 waarbij een korting werd opgelegd vanwege verschil in opgegeven en geconstateerde oppervlakte van percelen met riet- en struikgewas. De Algemene Inspectiedienst constateerde dat bepaalde percelen niet als blijvend grasland konden worden aangemerkt, wat leidde tot een korting op de toeslag.
Het College oordeelt dat de Staatssecretaris terecht de oppervlakte met riet en struikgewas niet als subsidiabele hectare heeft aangemerkt, omdat dit niet voldoet aan de definitie van blijvend grasland. Wel is geoordeeld dat de Staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een hooiopslag binnen een perceel niet als oppervlakte werd meegeteld, wat strijdig is met de Awb.
Verder is vastgesteld dat appellant geen schuld treft aan de onjuiste opgave, waardoor de opgelegde korting niet gerechtvaardigd is. Het besluit van 4 maart 2010 wordt vernietigd en het besluit van 3 april 2009 herroepen voor zover het de korting betreft. Ten slotte wordt de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 17 november 2009 is niet-ontvankelijk; het beroep tegen het besluit van 4 maart 2010 is gegrond, het besluit vernietigd en het eerdere besluit herroepen voor zover het de korting betreft.