ECLI:NL:CBB:2011:BQ5797
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake bestuursdwang hondenverzorging
Verzoeker had zes honden in bewaring genomen gekregen door toepassing van bestuursdwang wegens overtreding van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. De honden verkeerden in slechte conditie, waren extreem mager en hadden onvoldoende huisvesting. Verzoeker stelde dat hij binnen zijn mogelijkheden goed voor de dieren zorgde en dat de maatregel te zwaar was. Verweerder stelde dat spoedige ingrijpen noodzakelijk was vanwege de slechte toestand van de dieren en dat verzoeker niet zelfstandig de situatie zou verbeteren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat sprake was van een spoedeisend belang en dat de overtredingen van de artikelen 36 en 37 Gwd aannemelijk waren. De honden waren ernstig ondervoed en hadden onvoldoende verzorging ontvangen. Er was geen zicht op legalisatie van de situatie en het toepassen van bestuursdwang was proportioneel en subsidiariteit was in acht genomen. De stelling van verzoeker dat de honden onder voorwaarden teruggegeven konden worden deed niet af aan de spoedeisendheid van de situatie op het moment van bestuursdwang.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. E.R. Eggeraat op 29 april 2011.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening om de honden terug te krijgen wordt afgewezen.