ECLI:NL:CBB:2011:BQ6189
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen oppervlaktecorrectie bedrijfstoeslag GLB wegens vermeende kennelijke fout afgewezen
Appellante had in haar gecombineerde opgave 2009 een perceel opgegeven met een oppervlakte van 16,18 hectare, terwijl de bedrijfskaart een kleinere oppervlakte van 13,63 hectare aangaf. Verweerder stelde het voorschot op de bedrijfstoeslag vast op basis van de geconstateerde, kleinere oppervlakte en corrigeerde deze met een korting wegens het verschil.
Appellante voerde aan dat sprake was van een kennelijke fout door een gebrek aan samenhang tussen de bedrijfskaart en het overzicht van gewaspercelen en dat verweerder verplicht was een fysieke veldinspectie uit te voeren. Verweerder stelde dat de oppervlaktecorrectie het gevolg was van een administratieve controle en dat een fysieke inspectie niet verplicht was.
Het College oordeelde dat het verschil in oppervlakte niet zo groot was dat verweerder bij een summier onderzoek direct had kunnen vaststellen dat sprake was van een kennelijke fout. Het beroep faalde dan ook omdat niet was voldaan aan de criteria voor correctie op grond van een kennelijke fout volgens de relevante Europese verordening en het Werkdocument van de Europese Commissie.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de oppervlaktecorrectie op de bedrijfstoeslag wordt ongegrond verklaard.