ECLI:NL:CBB:2011:BQ7285
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- C.J. Waterbolk
- H.S.J. Albers
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing randvoorwaardenkorting GLB-inkomenssteun wegens niet-emissiearm uitrijden mest
Appellante, een landbouwbedrijf, kreeg een korting van 20% op haar GLB-inkomenssteun voor 2008 opgelegd wegens het niet-emissiearm uitrijden van mest op circa 2 hectare bouwland. Dit was vastgesteld op basis van een proces-verbaal van de Algemene Inspectiedienst (AID) waarin werd geconstateerd dat mest zichtbaar op het land lag, terwijl emissiearme apparatuur niet werd gebruikt.
Appellante betwistte de juridische grondslag en de feitelijke vaststelling, maar het College oordeelde dat de Nederlandse regelgeving correct is geïmplementeerd en dat het bewijs voldoende was. Wel stelde het College vast dat verweerder zijn motivering omtrent de opzet onvoldoende had onderbouwd, wat een motiveringsgebrek opleverde.
Desondanks concludeerde het College dat de niet-naleving met opzet was begaan, mede gelet op de omvang van de overtreding en het feit dat de mestplassen zichtbaar waren. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot randvoorwaardenkorting wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.