ECLI:NL:CBB:2011:BQ8674
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Weigering aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten in horecagelegenheid wegens ontbreken hoogdrempelig karakter
Appellante, exploitant van een horecagelegenheid in een winkelcentrum, verzocht om een aanwezigheidsvergunning voor twee kansspelautomaten. De burgemeester van Amsterdam wees dit verzoek af omdat de inrichting niet voldoet aan de criteria van een hoogdrempelige inrichting zoals bedoeld in de Wet op de kansspelen.
De kern van het geschil was of de horecagelegenheid, een restaurant-brasserie, als hoogdrempelig kan worden aangemerkt. Volgens de Wet moet een hoogdrempelige inrichting gericht zijn op het verstrekken van driecomponentenmaaltijden en mag er geen zelfstandige betekenis zijn aan andere activiteiten. De menukaart van appellante bevatte echter ook luxe broodjes en maaltijdsalades, gericht op winkelend publiek, en de openingstijden waren hierop afgestemd.
Het College overwoog dat ondanks de aanpassing van de menukaart de bedrijfsvoering hoofdzakelijk gericht is op afzonderlijke gerechten en niet op driecomponentenmaaltijden. Ook de ligging en openingstijden wezen op een laagdrempelige inrichting. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat eerdere vergunningen geen recht gaven op hernieuwde vergunningen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten wordt ongegrond verklaard.