ECLI:NL:CBB:2011:BR2915
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen korting bedrijfstoeslag 2009 wegens niet-constatering perceel niet in gebruik
Appellante, een landbouwmaatschap, kreeg een korting van €6.438,36 op haar bedrijfstoeslag 2009 omdat een perceel van 4 hectare niet in gebruik was op de peildatum en daarom niet geconstateerd kon worden. Dit leidde tot een korting op de toeslag op grond van Verordening (EG) nr. 796/2004, artikel 51.
Appellante voerde aan dat zij correct had gehandeld en dat een medewerker van de Dienst Regelingen haar telefonisch had bevestigd dat de aanvraag juist was. Ook stelde zij dat de korting buitenproportioneel was en dat zij niet met voorbedachten rade het perceel had opgegeven. Het College oordeelde dat het perceel niet subsidiabel was en dat de korting terecht was opgelegd volgens de verordening. Er was geen ruimte voor een belangenafweging om de korting te verminderen.
Het beroep op schuldvrijheid slaagde niet omdat appellante had moeten begrijpen dat het perceel niet subsidiabel was. Het College verwierp ook het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat de bevestiging telefonisch te vaag was en appellante niet was gewezen op de dubbelclaim en de gevolgen daarvan. Een verzoek tot correctie van de aanvraag op basis van een kennelijke fout werd afgewezen omdat geen kennelijke fout aanwezig was.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de korting op de bedrijfstoeslag 2009 wordt ongegrond verklaard en de korting blijft gehandhaafd.