ECLI:NL:CBB:2011:BU3236
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- C.J. Waterbolk
- H.S.J. Albers
- Rechtspraak.nl
Randvoorwaardenkorting van 3% voor onjuiste hermerking runderen bevestigd
Appellante, een kalvermesterij, kreeg een randvoorwaardenkorting van 3% opgelegd op haar inkomenssteun voor 2008 vanwege het hermerken van runderen met oormerken voorzien van ID-codes die niet bij de betreffende dieren hoorden. Deze korting werd opgelegd op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 en Europese verordeningen die beheerseisen voorschrijven voor identificatie en registratie van runderen.
Appellante betoogde dat de korting in strijd was met het evenredigheidsbeginsel en het ne bis in idem-beginsel, omdat zij reeds strafrechtelijk was beboet voor dezelfde overtreding. Zij stelde dat de korting een boete is en dat een belangenafweging had moeten plaatsvinden, waarbij de korting achterwege had moeten blijven wegens geringe ernst en het ontbreken van herhaling.
Het College oordeelde dat de korting op grond van de toepasselijke Europese regelgeving dwingend was en dat de vastgestelde 3% korting passend was gezien het feit dat 10 runderen onjuist waren geoormerkt, wat meer was dan de grens voor geringe overtredingen. Het evenredigheidsbeginsel werd niet geschonden omdat de regelgeving een gedifferentieerd sanctiestelsel kent dat proportioneel is. Ook werd geoordeeld dat de korting geen strafrechtelijke sanctie is en dat er geen sprake is van dubbele bestraffing in strijd met het ne bis in idem-beginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de randvoorwaardenkorting van 3% wordt bevestigd.