ECLI:NL:CBB:2011:BU4591
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen randvoorwaardenkorting GLB-inkomenssteun wegens niet emissiearm aanwenden mest
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit waarbij een korting van 20% werd opgelegd op de rechtstreekse betalingen voor 2008 wegens het niet emissiearm aanwenden van vloeibare dierlijke mest op perceel 13. Verweerder stelde dat perceel 13 grasland was en dat appellant opzettelijk de randvoorwaarde had geschonden.
Het College stelde vast dat perceel 13 in 2008 als bouwland werd gebruikt en niet als grasland, mede omdat het gras op het perceel was vernietigd en het perceel was opgegeven als maïsperceel. Hierdoor was de korting op basis van niet emissiearm aanwenden op grasland niet terecht.
Voorts oordeelde het College dat het besluit van verweerder dat appellant opzettelijk handelde niet kon worden gebaseerd op langdurig bestendig beleid, omdat de relevante wijziging in de mestuitrijmethode pas per 1 januari 2008 was ingevoerd. Hierdoor was het besluit onvoldoende gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 Awb Pro.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Verweerder moet een nieuw besluit nemen waarbij alle criteria voor opzetbeoordeling worden betrokken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot 20% korting wordt vernietigd.