ECLI:NL:CBB:2011:BU5653
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing tegemoetkoming op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Appellante, een maatschap, stelde beroep in tegen besluiten van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie inzake schadevergoedingen voor dieren gedood in het kader van Q-koortsbestrijding. De Staatssecretaris had voorschotten toegekend voor gedode geiten, maar niet voor bokken.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of ook voor de gedode bokken een schadevergoeding van € 100,- per dier op grond van artikel 91 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd) moest worden toegekend. Appellante voerde aan dat ook voor bokken herbevolkingsproblematiek bestond en dat een brief van de Staatssecretaris een gerechtvaardigd vertrouwen had gewekt op vergoeding.
Het College oordeelde dat de Staatssecretaris een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het bepalen van de vergoeding op grond van artikel 91 Gwd Pro. De Staatssecretaris had zich redelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat de vergoeding alleen voor geiten werd toegekend vanwege de schaarste en herbevolkingsproblematiek, die bij bokken minder speelde. De brief van de Staatssecretaris was te algemeen geformuleerd om een gerechtvaardigd vertrouwen op vergoeding voor bokken te rechtvaardigen.
Daarom werd het beroep tegen het besluit van 2 november 2010 ongegrond verklaard en het beroep tegen het ingetrokken besluit van 20 augustus 2010 niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het ingetrokken besluit is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 2 november 2010 wordt ongegrond verklaard.