ECLI:NL:CBB:2011:BU8522
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- M. van Duuren
- G.P. Kleijn
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid maatregelen en schadevergoeding bij Q-koorts besmetting op geitenbedrijf
Appellant betwistte de besluiten van de Staatssecretaris van Economische Zaken om zijn geitenbedrijf aan te merken als verdacht van Q-koorts, het bedrijf als besmet te verklaren en alle drachtige geiten en bokken te doden. Tevens maakte hij bezwaar tegen de hoogte en omvang van de toegekende schadevergoeding.
Het College oordeelde dat de Staatssecretaris op redelijke gronden tot de verdachtverklaring en de daarop gebaseerde maatregelen heeft besloten, mede gelet op de positieve PCR-testresultaten en adviezen van deskundigen. De PCR-methode werd als betrouwbaar beoordeeld en het voorzorgprincipe rechtvaardigde het doden van ook schijndrachtige geiten.
De stellingen van appellant over onzorgvuldigheden bij monstername, vaccinatie-effecten, en verschillen in beleid bij kinderboerderijen werden verworpen. Ook de schadeclaims voor gestorven geiten tijdens de ruimingswerkzaamheden konden niet worden toegewezen omdat deze niet onder de wettelijke tegemoetkomingsregeling vallen. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de besluiten tot verdachtverklaring, besmetverklaring, doding van dieren en de schadevergoeding worden ongegrond verklaard.