ECLI:NL:CBB:2011:BV0849
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming tijdelijk aalvisverbod vanwege onvoldoende verdiensten in referentieperiode
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Productschap Vis waarin zijn aanvraag voor een tegemoetkoming vanwege het tijdelijk aalvisverbod in 2009 werd afgewezen. De Regeling LNV-subsidies stelt dat alleen vissers die in de referentieperiode (oktober en november van 2006, 2007 en 2008) gemiddeld meer dan € 2000 aan de verkoop van gevangen aal hebben verdiend, voor een tegemoetkoming in aanmerking komen.
Appellant betoogde dat de verdiensten inclusief BTW moesten worden gerekend en dat vanwege ziekte in 2008 minder was gevist, waardoor hij onterecht buiten de regeling viel. Verweerder hield echter vast aan de uitleg dat 'verdiensten' gelijkgesteld moesten worden aan de netto opbrengst exclusief BTW, conform de Uitvoeringsregeling visserij, en dat persoonlijke omstandigheden zoals ziekte niet konden worden meegenomen.
Het College oordeelde dat de Regeling geen hardheidsclausule bevat en dat de uitleg van 'verdiensten' door verweerder niet onredelijk is, mede omdat de Regeling zelf geen nadere definitie geeft. De nota’s van appellant toonden een gemiddelde verdienste van € 1925,58, onder de drempel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van de tegemoetkoming wordt ongegrond verklaard.