ECLI:NL:CBB:2011:BV0926
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- R.F.B. van Zutphen
- H.L. van der Beek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling randvoorwaardenkorting op bedrijfstoeslag wegens overtreding Meststoffenwet
Appellante, een melkveehouderijbedrijf, kreeg een randvoorwaardenkorting van 1% opgelegd op haar bedrijfstoeslag over 2007 vanwege overtreding van de Meststoffenwet door het overschrijden van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen op haar bedrijfslocatie. Appellante had daarnaast percelen gehuurd op een andere locatie die zij niet zelf bewerkte, maar gebruikte om voldoende mestruimte te hebben.
Verweerder stelde dat deze percelen niet tot het bedrijf behoorden in de zin van de Meststoffenwet, waardoor de overschrijding op de eigen percelen in C vaststond. Appellante voerde aan dat door de verschillende definities in de toeslagregeling en de Meststoffenwet geen verwijt gemaakt kon worden van de overtreding.
Het College oordeelt dat de Europese en nationale regelgeving verschillende criteria hanteren voor het begrip 'bedrijf' en dat de percelen in D niet tot het bedrijf behoorden voor de Meststoffenwet. Appellante had zich moeten verdiepen in de voorwaarden voor het rekenen van grond tot haar bedrijf. De opgelegde korting van 1% is de laagst mogelijke sanctie voor nalatigheid en het College ziet geen reden om hiervan af te zien.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de randvoorwaardenkorting van 1% wegens overtreding van de Meststoffenwet wordt ongegrond verklaard.