ECLI:NL:CBB:2011:BV1020
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over afwijzing wijziging verzamelaanvraag GLB-inkomenssteun 2009
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie waarbij de bezwaren tegen de afwijzing van de voorschotbetaling bedrijfstoeslag 2009 ongegrond werden verklaard. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat appellant een perceel onjuist had ingetekend en een correctie te laat had ingediend.
Het geschil draaide om de vraag of de wijziging van de gecombineerde opgave 2009 tijdig was ingediend en of sprake was van een kennelijke fout die door de bevoegde autoriteit erkend kon worden. Het College oordeelde dat appellant de brief met de wijziging niet tijdig had ingediend en dat er geen overmacht of uitzonderlijke omstandigheden waren. Tevens was geen sprake van een kennelijke fout, omdat de afwijking niet zodanig was dat deze bij een summier onderzoek direct opviel.
De korting op de bedrijfstoeslag werd berekend volgens artikel 51 van Pro Verordening (EG) nr. 796/2004, waarbij tweemaal het verschil in oppervlakte werd toegepast. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat het sanctiestelsel wettelijk is voorgeschreven en niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.
Het College verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de wijziging van de verzamelaanvraag GLB-inkomenssteun 2009 wordt ongegrond verklaard.