ECLI:NL:CBB:2011:BV1042
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen randvoorwaardenkorting wegens niet-emissiearm uitrijden van mest afgewezen
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit waarbij een randvoorwaardenkorting van 20% werd opgelegd op zijn rechtstreekse betalingen voor het jaar 2009 vanwege het niet emissiearm uitrijden van mest. De Algemene Inspectiedienst constateerde dat appellant op 6 maart 2009 mest op een graslandperceel had uitgereden zonder emissiearme methode toe te passen.
Appellant voerde aan dat de voorgeschreven emissiearme methode nadelige effecten heeft op bodemleven, graszode en milieu, en dat de verplichting niet in de Nitraatrichtlijn is opgenomen. Hij stelde dat de korting onrechtmatig is en wees op een eerdere uitspraak waarin geen straf werd opgelegd voor een vergelijkbare overtreding.
Het College oordeelde dat de verplichting tot emissiearm aanwenden van mest gebaseerd is op het Besluit gebruik meststoffen, dat de Nitraatrichtlijn implementeert. Appellant handelde opzettelijk in strijd met deze beheerseis, waardoor de korting terecht is opgelegd. De bezwaren tegen de evaluatie van het Planbureau voor de Leefomgeving werden onvoldoende onderbouwd geacht. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel en artikel 6 EVRM Pro faalde, omdat de sanctie niet strafrechtelijk van aard is.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de randvoorwaardenkorting wegens niet-emissiearm uitrijden van mest wordt ongegrond verklaard.