ECLI:NL:CBB:2012:BV1544
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- J.L.W. Aerts
- B. Verwayen
- W.A.J. van Lierop
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen boetebesluit bouwfraudeonderzoek
Deze zaak betreft een hoger beroep van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, die het beroep van F B.V. tegen een boetebesluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) niet-ontvankelijk had verklaard. Het boetebesluit was genomen in het kader van het bouwfraudeonderzoek, waarbij ondernemingen werden beboet wegens deelname aan een kartel in de burgerlijke en utiliteitsbouwsector in de periode 1998-2001.
Appellante betoogde dat zij belanghebbende was bij het boetebesluit dat aan F B.V. was opgelegd, mede vanwege vennootschapsrechtelijke banden en de financiële gevolgen daarvan. Zij stelde dat de rechtbank de ontvankelijkheid van het beroep onterecht had beoordeeld, mede omdat zij zich overvallen voelde door het late overleg van stukken en dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden.
Het College oordeelde dat appellante geen rechtstreeks belang had bij het boetebesluit dat aan F B.V. was opgelegd, aangezien F B.V. ten tijde van het instellen van beroep niet meer bestond als zelfstandige rechtspersoon. Hierdoor kon appellante niet als belanghebbende worden aangemerkt en was haar hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan rechtstreeks belang.