ECLI:NL:CBB:2012:BV6713
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- R.R. Winter
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt boete voor marktmanipulatie en behandelt lex certa-beginsel
In deze zaak stond de uitleg van artikel 46b, eerste lid, onderdeel b, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 centraal, in samenhang met artikel 1, punt 2, sub a, tweede streepje van Richtlijn 2003/6/EG (Richtlijn Marktmisbruik). Het College stelde vast dat het begrip 'houden' in de Nederlandse wet ook het 'brengen' van een koers op een kunstmatig niveau omvat, conform de uitleg van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
IMC betoogde dat het lex certa-beginsel was geschonden omdat zij niet kon voorzien dat 'houden' ook 'brengen' zou omvatten. Het College oordeelde echter dat IMC, als professionele marktdeelnemer, zich voldoende had kunnen informeren over de reikwijdte van het verbod en dat de uitleg van de wetgever in lijn was met de richtlijn. Het telefoongesprek tussen IMC en AFM toonde bovendien aan dat IMC op de hoogte was van de grenzen van het verbod.
Ten aanzien van de boete stelde het College vast dat de rechtbank de boete te sterk had gematigd. Hoewel de maximale boete van €87.125 niet passend was, achtte het College een boete van €50.000 passend. Na aftrek van een korting van 5% wegens overschrijding van de redelijke termijn stelde het College de boete vast op €47.500. Tevens werd het griffierecht aan IMC vergoed.
Uitkomst: Het College stelt de boete voor IMC vast op €47.500 na matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn.