ECLI:NL:CBB:2012:BV9096
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ambtshalve registratie van afvoer rund in I&R-systeem
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het ambtshalve registreren van de afvoer van een rund in het I&R-systeem door verweerder, omdat hij meent voldaan te hebben aan de meldplicht. Verweerder stelde dat appellant de afvoer niet binnen de gestelde termijn correct heeft gemeld, waardoor ambtshalve registratie noodzakelijk was.
De zaak draait om de uitleg en toepassing van de Regeling identificatie en registratie van dieren en de Europese Verordening 1760/2000, die voorschrijven dat houders binnen drie werkdagen melding moeten maken van dierverplaatsingen en afvoer. Appellant voerde aan dat hij op 27 maart 2010 slachtgegevens per computer had verzonden en op 30 maart telefonisch een gecombineerde melding had gedaan, maar verweerder stelde dat deze meldingen niet aan het juiste systeem waren gedaan.
Het College oordeelt dat appellant niet heeft aangetoond dat de melding aan het juiste I&R-systeem is gedaan en dat hij de mogelijkheid tot herstel na ontvangst van een overzicht maatregelen niet heeft benut. Het College bevestigt dat verweerder op grond van artikel 22, derde lid, van de Regeling terecht ambtshalve tot registratie is overgegaan. De stelling van appellant over een opgelegde boete wordt niet behandeld omdat deze buiten het geschil valt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de ambtshalve registratie van de afvoer van het rund wordt bevestigd.