ECLI:NL:CBB:2012:BV9101
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- J.L.W. Aerts
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- M.M. Smorenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging spoedeisende bestuursdwang voor euthanasie ernstig zieke pony
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van de Staatssecretaris waarin het bezwaar tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang ongegrond werd verklaard. De bestuursdwang betrof het laten inslapen van een ernstig zieke pony op het veehouderijbedrijf van appellant.
De feiten tonen aan dat de pony al meerdere dagen ernstig ziek was, pijn leed en niet adequaat werd verzorgd. Dierenartsen concludeerden dat het dier niet kon herstellen en dat euthanasie noodzakelijk was om verder lijden te voorkomen. Appellant had nagelaten een dierenarts tijdig in te schakelen en gaf tegenstrijdige verklaringen over de duur van de ziekte en medicatie.
Het College oordeelt dat appellant de artikelen 36 en 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren heeft overtreden door onvoldoende zorg te verlenen. De spoedeisende bestuursdwang was gerechtvaardigd omdat direct ingrijpen noodzakelijk was om onnodig lijden te voorkomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de kosten van bestuursdwang worden terecht op appellant verhaald.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang voor euthanasie van de pony wordt ongegrond verklaard.