ECLI:NL:CBB:2012:BW0976
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- G.P. Kleijn
- J.A.M. van den Berk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit afwijzing vergoeding uit depositogarantiestelsel voor niet-rekeninghouder
Appellante en haar partner B waren betrokken bij een geschil over vergoeding uit het depositogarantiestelsel na de betalingsonmacht van Landsbanki. B had een online-spaarrekening bij Icesave met een saldo van €291.892,63. DNB kende B een vergoeding toe van €100.000, terwijl de aanvraag van appellante werd afgewezen. Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij als derde gerechtigd was op de tegoeden op de rekening van B.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante niet als derde in de zin van artikel 19, aanhef en onder c van het Bbpm kon worden aangemerkt. Het College bevestigde dit oordeel in hoger beroep. Uit de overgelegde documenten bleek niet dat B de gelden op zijn Icesave-rekening op grond van een overeenkomst of wet voor appellante hield. De algemene voorwaarden van Icesave sloten het houden van gelden voor derden uit.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat de situatie van appellante niet gelijk was aan die van andere gevallen waarin DNB mogelijk abusievelijk tot uitkering was overgegaan. Ook werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling of schadevergoeding. Het College bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergoeding uit het depositogarantiestelsel wordt bevestigd.