ECLI:NL:CBB:2012:BW1638
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen randvoorwaardenkorting wegens vermeende niet-emissiearme mesttoepassing
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie waarin een randvoorwaardenkorting van 20% werd opgelegd op de rechtstreekse betalingen voor 2010 wegens vermeende opzettelijke niet-naleving van het verbod op het niet-emissiearm aanwenden van dierlijke meststoffen op grasland.
De Algemene inspectiedienst (AID) constateerde op 11 en 12 juni 2010 dat op een perceel van appellante mest was uitgereden op een niet-emissiearme wijze. Verweerder legde daarop de korting op, maar appellante betwistte de feiten en stelde dat de beoordeling van de AID onjuist was. Het College overwoog dat verweerder in beginsel mag uitgaan van de bevindingen van de AID, maar dat appellante gemotiveerd en nadrukkelijk betwistte dat er sprake was van niet-emissiearme mesttoepassing.
Het College vond dat verweerder onvoldoende had aangetoond dat appellante in strijd met het verbod had gehandeld. De foto’s en het proces-verbaal boden onvoldoende zekerheid om de lezing van appellante als ongeloofwaardig te verwerpen. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot randvoorwaardenkorting wordt vernietigd.