ECLI:NL:CBB:2012:BW2271
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- C.M. Wolters
- R.F.B. van Zutphen
- S.C. Stuldreher
- Rechtspraak.nl
Bevestiging matiging boete voor late capaciteitsverdeling spoorwegonderhoud
Appellant, de Nederlandse Mededingingsautoriteit, legde ProRail een boete van €776.000 op wegens het niet tijdig verdelen van capaciteit voor gepland spoorwegonderhoud in strijd met artikel 6 van Pro het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur. ProRail maakte bezwaar en de rechtbank Rotterdam matigde de boete tot €100.000 wegens de betrekkelijke geringe ernst van de overtreding en bijzondere omstandigheden rondom de invoering van een nieuwe dienstregeling.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze matiging en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte de boete had verlaagd, onder meer omdat de overtreding een kernbepaling betreft en het belang van tijdige capaciteitsverdeling groot is. ProRail verdedigde de matiging en benadrukte dat er geen concrete schade was en dat de late planning minder nadelig was voor spoorwegondernemingen.
Het College overwoog dat appellant terecht de boetegrondslag had verlaagd vanwege de geringe ernst en bijzondere omstandigheden, zoals de invoering van het nieuwe spoorboekje en intensivering van het spoorverkeer. Het College vond dat de rechtbank terecht de boete op €100.000 had vastgesteld omdat de overtreding niet leidde tot concrete benadeling en ProRail onder moeilijke omstandigheden handelde.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd appellant veroordeeld tot betaling van proceskosten aan ProRail.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de boete aan ProRail wordt bevestigd op €100.000.