ECLI:NL:CBB:2012:BW4807
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- M. van Duuren
- G.P. Kleijn
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens overschrijding redelijke termijn en geschil over champosthoeveelheid
Appellant kreeg een bestuurlijke boete van €5.700,-- opgelegd wegens het niet opmaken van vervoersbewijzen voor 19 ladingen champost, in strijd met de Meststoffenwet. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep.
Het geschil betrof vooral de omvang van de champosthoeveelheid. Toezichthouder Van Dommelen had de hoeveelheid geschat op 578 ton (1.050 m3), terwijl appellant stelde dat het volume maximaal 500 m3 was en dat de berekening van de toezichthouder onjuist was. Het College oordeelde dat de toezichthouder deskundig was en dat diens berekening als uitgangspunt moest gelden, tenzij een realistischer alternatief werd aangetoond, wat niet het geval was.
Appellant voerde verder aan dat een deel van de champost op grond van een buurman was uitgereden en dat daarom een deel van de boete niet voor zijn rekening kon komen. Dit werd verworpen omdat het boetebesluit ziet op het niet opmaken van vervoersbewijzen en niet op de locatie van uitrijden.
Ook stelde appellant dat de boete disproportioneel was en dat de termijn voor het opleggen van de boete was overschreden. Het College stelde vast dat de termijn slechts met één dag was overschreden, wat geen reden tot matiging gaf. Wel werd de redelijke termijn voor de behandeling van het hoger beroep overschreden, waardoor het College de boete met 10% verminderde tot €5.130,--.
Tot slot werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt verminderd met 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn, tot een bedrag van €5.130,--.