ECLI:NL:CBB:2012:BX3426
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. van der Ham
- J.A.M. van den Berk
- P.M. van der Zanden
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende zorgvuldigheid bij advisering en due diligence onderzoek in overnamezaak
Appellant, een accountant, werd door de raad van tucht voor registeraccountants en accountants-administratieconsulenten terechtgewezen wegens onvoldoende zorgvuldigheid in het kader van advisering aan D over een intentieovereenkomst en het uitvoeren van een due diligence onderzoek in 2004-2005.
De klacht betrof het niet tijdig waarschuwen van D voor het verlopen van de termijn voor het due diligence onderzoek, zoals bepaald in de intentieovereenkomst tussen D en een derde partij. Het College oordeelde dat appellant, gelet op de bestaande opdrachtrelatie en zijn betrokkenheid bij het opstellen van de intentieovereenkomst, een zorgplicht had om D te waarschuwen en maatregelen te treffen om nadelige gevolgen te voorkomen.
Appellant voerde aan dat hij geen specifieke opdracht had voor het due diligence onderzoek en dat de opgelegde maatregel disproportioneel was, maar deze verweren werden verworpen. Het College bevestigde dat appellant onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht en dat de schriftelijke waarschuwing passend was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt verworpen en de schriftelijke waarschuwing wordt bevestigd.