ECLI:NL:CBB:2012:BX7257
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- W.A.J. van Lierop
- E.R. Eggeraat
- A. Gerbrandy
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende feitelijke grondslag voor boete deelname bouwfraude-installatiesector
Deze zaak betreft het hoger beroep van A B.V. tegen een boetebesluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) wegens deelname aan verboden prijsafspraken in de installatiesector, onderdeel van het bouwfraudeonderzoek.
De rechtbank had het beroep gegrond verklaard omdat NMa niet de juiste methode had gebruikt voor het vaststellen van de boetegrondslag. In hoger beroep betwistte A B.V. dat zij deelnam aan het in het rapport beschreven systeem van vooroverleg, met name omdat het watersegment een ander systeem hanteerde dan de rest van de installatiesector. NMa stelde dat er sprake was van één systeem en dat de verschillende methoden slechts varianten waren.
Het College oordeelde dat het rapport onvoldoende onderbouwde dat het systeem van vooroverleg zich ook uitstrekte tot het watersegment waarin A B.V. actief was. De specifieke kenmerken van het watersegment, zoals het gebruik van "blanken" en "rekenvergoeding", kwamen niet in het rapport voor en waren onvoldoende weersproken door NMa. Daarom kon NMa de boete niet baseren op het rapport.
Het College vernietigde de eerdere besluiten en het boetebesluit en veroordeelde NMa tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tevens werd het onderzoek heropend voor een mogelijke schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de procedure.
Uitkomst: Het College vernietigt de boete aan A B.V. wegens onvoldoende feitelijke grondslag en herroept het boetebesluit.