ECLI:NL:CBB:2012:BY0545

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
10 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 11/380
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:72 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing aanvraag toeslagrechten wegens te late indiening

Appellanten hebben op 16 september 2009 in het kader van een andere bezwaarprocedure een aanvraag tot vaststelling van toeslagrechten ingediend die door verweerder als te laat werd afgewezen. Appellanten stelden dat zij geen nieuwe aanvraag hadden ingediend omdat zij reeds op 4 mei 2006 toeslagrechten hadden aangevraagd.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat verweerder ten onrechte de indiening van 16 september 2009 als een nieuwe aanvraag had aangemerkt en deze daarom onterecht had afgewezen. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.

Het College besloot zelf in de zaak te voorzien en het besluit van 5 juli 2010 te herroepen. Tevens werd het betaalde griffierecht van €152 door verweerder vergoed. Er werden geen proceskosten toegekend omdat geen kosten voor vergoeding waren gebleken.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het besluit van 5 juli 2010 herroepen.

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven
(zesde enkelvoudige kamer)
AWB 11/380 10 juli 2012
5101 Regeling GLB-inkomenssteun 2006
Uitspraak in de zaak van:
A en B, te C, appellanten,
tegen
de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, verweerder,
gemachtigde: mr. M. Prijs, werkzaam bij verweerders Dienst Regelingen.
1. Het procesverloop
Bij besluit van 5 juli 2010 heeft verweerder de aanvraag vaststelling toeslagrechten van appellanten van 16 september 2009 afgewezen. Bij besluit van 1 april 2011 heeft verweerder het hiertegen gerichte bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen het besluit van 1 april 2011 hebben appellanten bij brief van 12 mei 2011, bij het College ingekomen op 13 mei 2011, beroep ingesteld. Bij brief van 11 juli 2011 hebben appellanten de gronden van hun beroep aangevuld.
Bij brief van 10 augustus 2011 heeft verweerder een verweerschrift ingediend en de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden.
Op 27 juni 2012 is het onderzoek ter zitting aangevangen. Op verzoek van appellanten is het onderzoek geschorst en voortgezet op 3 juli 2012 Namens appellanten is A verschenen. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
2. De beoordeling van het geschil
2.1 Verweerders besluit berust op het volgende. Op 16 september 2009 hebben appellanten in het kader van een andere bezwaarprocedure een aanvraag tot vaststelling van toeslagrechten ingediend. Deze is te laat ingediend en moet daarom worden afgewezen.
2.3 In beroep voeren appellanten aan dat zij op 16 september 2009 geen aanvraag hebben ingediend. Dit was ook niet nodig omdat appellanten reeds op 4 mei 2006 toeslagrechten hadden aangevraagd.
2.4 Met appellanten is het College van oordeel dat appellanten geen aanvraag tot vaststelling van hun toeslagrechten hebben ingediend op 16 september 2009. Verweerders hebben hetgeen appellanten in het kader van een andere bezwaarprocedure naar voren hebben gebracht ten onrechte opgevat als een nieuwe aanvraag tot vaststelling van toeslagrechten. Verweerder heeft deze veronderstelde aanvraag dan ook ten onrechte afgewezen.
2.5 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beroep gegrond is en dat het bestreden dient te worden vernietigd. Gelet op het voorgaande beschikt het College over voldoende gegevens om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zelf in de zaak te voorzien en het besluit van 5 juli 2010 te herroepen.
2.6 Het College ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, aangezien niet is gebleken van kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
3. De beslissing
Het College:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het besluit van 5 juli 2010;
- bepaalt dat verweerder het door appellant betaalde griffierecht ten bedrage van € 152, (zegge: honderdtweeënvijftig
euro) vergoedt.
Aldus gewezen door mr. R.C. Stam, in tegenwoordigheid van mr. J. van Santvoort als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2012.
w.g. R.C. Stam w.g. J. van Santvoort