ECLI:NL:CBB:2012:BY3219
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- B. Verwayen
- L.F. Wiggers-Rust
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid tariefmaatregel GGZ en beleidsregel NZa
In deze zaak hebben twaalf GGz-instellingen beroep ingesteld tegen tariefbeschikkingen van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) voor het budgetjaar 2010, die gebaseerd zijn op een beleidsregel waarin een structurele korting op het budget van gebudgetteerde instellingen is opgelegd. Deze maatregel is genomen in uitvoering van een aanwijzing van de Minister van VWS om een macrotaakstelling van €119 miljoen te realiseren.
De appellanten stelden dat de beleidsregel onrechtmatig is omdat zij alleen gebudgetteerde instellingen treft en niet de niet-gebudgetteerde zorgaanbieders, wat in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel en de aanwijzing van de minister. Het College overweegt dat de NZa beleidsvrijheid heeft bij de uitvoering van de aanwijzing en dat de minister niet heeft voorgeschreven dat de korting generiek moet zijn. Ook is vastgesteld dat alleen voor gebudgetteerde instellingen bruikbare gegevens over overschrijding van het budget beschikbaar waren.
Verder oordeelt het College dat het onderscheid tussen gebudgetteerde en niet-gebudgetteerde instellingen gerechtvaardigd is vanwege de verschillende bekostigingssystematiek en dat de beleidsregel in overeenstemming is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De overgangssituatie in de bekostiging van GGz-instellingen en het feit dat het budgetmodel vanaf 2013 wordt afgeschaft, maken dat de appellanten niet onredelijk worden benadeeld. De beroepen worden ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het College verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de Beleidsregel en tariefbeschikkingen.