ECLI:NL:CBB:2012:BY3992
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over invordering dwangsom wegens vervoer ongeschikt rund
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken tot invordering van een dwangsom van € 5.000,- wegens overtreding van artikel 6, derde lid, van Verordening (EG) nr. 1/2005. Het betrof het vervoer van een rund dat volgens een diergeneeskundige verklaring niet in staat was zich pijnloos te bewegen.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat het rund een gezwollen en ontstoken linkerachterpoot had en zich op drie poten verplaatste. Appellant betwistte de overtreding niet concreet en verwees onder meer naar een vrijspraak door de economische politierechter en het ontbreken van een second opinion, maar kon het besluit niet weerleggen.
Het College oordeelde dat het vervoer van het ongeschikte rund een overtreding van de Verordening vormde en dat het ontbreken van een second opinion voor rekening van appellant kwam. De vrijspraak in strafrechtelijke zin was niet bindend voor de bestuursrechter. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de invordering van de dwangsom wegens vervoer van een ongeschikt rund wordt ongegrond verklaard.