ECLI:NL:CBB:2012:BY6017
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.E. Doolaard
- H.S.J. Albers
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over subsidiabele oppervlakte landbouwgrond op vliegveld in GLB-inkomenssteun 2010
In deze bestuursrechtelijke tussenuitspraak behandelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven het geschil tussen appellante, een maatschap, en de Staatssecretaris van Economische Zaken over de subsidiabiliteit van percelen gelegen op vliegveld D voor de bedrijfstoeslag 2010 onder de Regeling GLB-inkomenssteun 2006.
Verweerder had de toeslag geweigerd voor circa 120 hectare grond op het vliegveld, stellende dat deze percelen primair een infrastructurele functie hebben en niet voor landbouwactiviteiten beschikbaar worden gehouden, mede op grond van artikel 21a, vierde lid, van de Regeling en Europese verordeningen. Appellante betwist dit en voert aan dat de percelen wel degelijk voor landbouw worden gebruikt en dat de beleidsregels die dit uitsluiten pas per 1 april 2011 zijn ingevoerd en dus niet van toepassing zijn op 2010.
Het College oordeelt dat verweerder met het nieuwe beleid ten onrechte een principiële beleidswijziging toepast op een reeds afgesloten periode, wat inbreuk maakt op de rechtszekerheid. Voorts blijkt uit de Europese regelgeving niet dat percelen op vliegvelden als zodanig uitgesloten zijn van toeslag. Het College verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen zes weken het besluit te herzien en te motiveren, waarbij nader onderzoek naar het feitelijke gebruik en beheer van de percelen moet plaatsvinden.
De kwestie rond de volgorde van uitbetaling van toeslagrechten wordt door het College verworpen. Over de proceskosten en het niet tijdig beslissen zal in de einduitspraak worden beslist.
Uitkomst: Het College verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op het besluit te herzien binnen zes weken met een deugdelijke motivering over de subsidiabiliteit van de percelen.