ECLI:NL:CBB:2012:BY6213
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opzet en randvoorwaardenkorting bij niet-emissiearm aanwenden van mest
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken waarin voor het jaar 2011 een randvoorwaardenkorting van 20% werd opgelegd vanwege het niet-emissiearm aanwenden van mest op grasland. De controle door de Algemene Inspectiedienst op 7 juli 2011 toonde aan dat mest met een ketsplaat werd uitgereden, wat in strijd is met de beheerseisen uit de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 en het Besluit gebruik meststoffen.
Appellant voerde onder meer aan dat de substantie niet was bemonsterd en dat de verplichtingen van de Regeling in strijd zouden zijn met de Europese Richtlijn 91/676/EEG. Tevens stelde hij dat hij niet zelf de mest had uitgereden, maar een stagiair in zijn opdracht, en dat er geen opzet was. Het College oordeelde dat de Regeling en het Besluit een nadere invulling zijn van de Richtlijn en niet in strijd daarmee zijn.
Het College stelde vast dat appellant bewust drijfmest had laten uitrijden terwijl hij wist dat dit niet was toegestaan en dat hij als eigenaar en beheerder verantwoordelijk is voor de gedragingen op zijn bedrijf, ook als deze door derden worden verricht. De opzet werd daarom terecht aangenomen en de korting van 20% bevestigd. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de korting van 20% wegens opzettelijk niet-emissiearm aanwenden van mest blijft van kracht.